Wapen
Omhoog Wapen Naamsbetekenis Bijzondere personen Oude documenten

 

 

1- een familiewapen?

De eerste aanwijzingen dat er een wapen bestaat, is afkomstig van Hans Arthur (zoon van Hendrik Jan Rombertus). Iemand heeft in het archief van Zutphen het volgende gevonden:

Het wapenschild bevat een boom.

 

2- Het  Centraal Bureau voor Genealogie  http://www.cbg.nl/ levert de volgende informatie:

Naam: Losscher
Bron: Heraldische collectie Muschart

De collectie, met de wapenbeschrijving, wapenvoerder en eventuele bronvermelding (maar zónder wapenafbeelding), kunt u inzien in onze studiezalen. Codering(en) volgens Muschart bij de naam Losscher 66I: Een boom

 

3- Op internet is tevens een onderzoek beschreven in de Lebuinuskerk te Deventer:

GENEALOGISCHE EN HERALDISCHE GEDENKWAARDIGHEDEN

IN EN UIT DE

KERKEN DER PROVINCIE OVERIJSSEL

BESCHREVEN DOOR

Mr. P.C. BLOYS VAN TRESLONG PRINS

Groote of Lebuinuskerk te Deventer.

 

Zicht op Lebuďnuskerk door Claes Jansz. Visscher (1615)

Op een zerk in de kerk leest men:

Grafkelder van den generaal majoor ...... ? (no. 89).
Twee wapens:

bulletWapen I. drie degens naast elkaar, met de punten naar beneden.
Helmteken: een wildeman met knods over den schouder
bulletWapen II. een boom
Helmteken: een boom.

Vier kwartieren uitgesleten.

Terra mihi exilium, mors port[us]; patria coelum. Port[mh]ab[eo] Salve patria. Terra vale.
(Mogelijk is het eerste wapen Van Limborch maar deze familie voert nog een gesnoerde hoorn in het schildhoofd; het 2e wapen kan Losscher zijn).

De bewuste grafsteen is in 2004 door mijn vader HJ Losscher (1929) gefotografeerd.

 

  4- een wapen dat door Joost Hagedoorn in 1628 werd gebruikt, vermoedelijk afkomstig van Reinera Losscher.

zie ook de parenteel van Henrick Losscher.

Dit wapen is door Harrie Hagedoorn aangeleverd ( http://hagedoorn.wordpress.com ). Zeer waarschijnlijk is het wapen van Reinera gelijk geweest, maar anders gekleurd.

 

Wapen van fam. Hagendoorn (goud met groen).

 

5- timpaan bij het huidige nieuwe ziekenhuis in Deventer

Geschiedenis
Op het terrein van het nieuwe Deventer Ziekenhuis (2010) staat naast de ingang van de parkeergarage het bovendeel van de poort van het voormalige Geertruidengasthuis opgesteld. Voor zo’n bovendeel gebruikt men ook het woord timpaan. De poort moet in 1618 zijn gebouwd; het jaartal is bovenin te zien.

Het Geertuidengasthuis stond toen in de Molenstraat bij de niet meer bestaande Pestgasthuissteeg, op de plaats waar zich nu de Fermerie bevindt. Door deze poort kon men het terrein van het ziekenhuis betreden.
 Zie ook onder bijzondere personen, de gevelsteen.
(1b- Henrick als provisor)

 

 

 

 

De provisoren van het gasthuis waren opdrachtgevers. Toen in 1883 het gasthuis naar de Singel werd verplaatst, werd dit bovendeel meegenomen en op een nieuwe tekstbalk geplaatst. Op een foto uit het eind van de 19e eeuw is deze poort aan de Singel goed te zien. In 1940 is bij de verplaatsing van het ziekenhuis naar de Fesevurstraat het poortgebouw afgebroken en het bovendeel ervan naar de kelder van dit ziekenhuis overgebracht. Het heeft daar gelegen, totdat in 2007 het idee ontstond dit bovendeel op het terrein van het nieuwe ziekenhuis opnieuw op te richten. Dankzij sponsoring van de Rotaryclub Deventer staat sinds eind 2009 het timpaan op zijn nieuwe plaats.

 

 

 

 

Beschrijving van het timpaan
Bovenaan in het driehoekig gevelveld staat het jaartal 1618. Daaronder zijn in het midden het stadswapen van Deventer (de adelaar) en aan de zijkanten twee welgevormde zeemeerminnen te zien. De centrale voorstelling toont een man die met een hoed in bed ligt. Rechts van hem zit een vrouw in gebedshouding. Links een man die in een stoel uit een boek voorleest, terwijl zijn hoed op tafel ligt. Het is wellicht een predikant met een bijbel, omdat het gedicht hieronder naar een bijbelse passage verwijst. Onder het bed staat op een plavuizenvloer een po. Het gordijn dat om het bed heen hing is gedeeltelijk weergegeven. Aan weerzijden van het reliëf zijn Ionische pilasters aangebracht.

 

 

 

 

Onder het reliëf staat een gedicht van de Deventer dichter Jan van der Veen. Deze tekst luidt:

VOOR KRIIGS VERVOLGH INT LAND,
OF DUEREN TIIT NOCH BEST IS,
TE VALLEN IN GODTS HANDT,
WANT TROOSTELIICKER PEST IS.

In vertaling luidt de tekst als volgt:
Te verkiezen boven verdere strijd in het land of hongersnood, is het vallen in Gods hand, want de pest (die hij ons dan zal zenden) is nog het minst van alle kwaden.

 

     

Het gedicht is een toespeling op het bijbelverhaal in II Samuel 24. Als straf voor zijn hoogmoed moest David uit drie kwaden kiezen: drie jaar hongersnood, drie maanden vluchten voor zijn achtervolgers of drie dagen lang de pest. David zei daarop tot de profeet Gad liever in de handen van God te vallen dan in de handen van mensen. Daarop liet God de pest in Israel uitbreken. Op de achtergrond spelen misschien ook de ervaringen met de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) mee.

Het gedicht wordt geflankeerd door twee wapenschilden. Het linker schild bevat links een boom met drie takken aan weerszijden, rechts een liggende halve maan met drie vogels.

 



Aan de rechterkant een wapen met links drie korenaren en rechts een getand kruis. Wellicht gaat het om familiewapens van de provisoren (regenten) van het gasthuis. Wie in 1618 provisoren waren weten we niet, omdat de jaarrekening die een van hen opstelde verloren is gegaan. In de jaren daarvoor en daarna worden Hendrick Losscher en Derick van de Colck als provisor genoemd.

De onderkant van het timpaan wordt gevormd door de tekstbalk, die rond 1883-1884 is vervaardigd.

 

     

 

 

 

    

Linker wapenschild in 1618  (Losscher?)                                                Rechter wapenschild